Realisatie

In de praktijk
Om de doelstellingen te realiseren, dragen de platformorganisaties bij door:

  • de ketenzorg bij borstvoeding vanuit de eigen beroepsgroep te bevorderen;
  • te werken met de Multidisciplinaire Richtlijn ‘Borstvoeding’ en bij te dragen aan implementatie daarvan bij alle betrokken beroepsgroepen;
  • in contacten met opleidingsinstituten en zorginstellingen te wijzen op het belang van een basisopleiding, regelmatige toetsing van de kennis, bijscholing en certificering en waar mogelijk hier ook concreet een bijdrage aan te leveren of deze zelf te organiseren;
  • de eigen middelen, zoals vakbladen en websites, in te zetten om kennis over borstvoeding over te dragen;
  • de vanzelfsprekendheid van borstvoeding uit te dragen binnen de eigen beroepsgroep;
  • de Internationale Code voor het op de markt brengen van vervangingsmiddelen voor moedermelk, de WHO-Code, onder de aandacht te brengen, te onderschrijven en zich in de eigen uitingen en activiteiten hier aan te houden;
  • het charter actief onder de aandacht te brengen van relevante instellingen en organisaties en deze te stimuleren het charter te steunen en een bijdrage te leveren om de doelstellingen te behalen.

Als iedereen meewerkt
Hoe meer samenwerking, hoe meer effect. Daarom doet het Platform ook een beroep op:

  • de overheid en de zorgverzekeraars om borstvoedingsgegevens op te nemen in sets van prestatie-indicatoren die de Inspectie voor de Gezondheidszorg hanteert voor de kraamzorg, verloskude, jeugdgezondheidszorg en ziekenhuizen.
  • de overheid en de sociale partners om de bekendheid met de regelgeving rondom borstvoeding en kolven op het werk onder werkgevers en werknemers te verbeteren en toe te zien op de naleving hiervan. Zij kunnen hierin een voorbeeldfunctie hebben. Ook uitbreiding van het bevallingsverlof of geleidelijke werkhervatting is een doel.
  • de overheid om de ‘Internationale Code voor het op de markt brengen van vervangingsmiddelen voor moedermelk’, inclusief de aanvullende resoluties (WHO-Code), in wet- en regelgeving te verankeren.
  • de Voedsel- en Warenautoriteit om prioriteit te geven aan het strikt toezien op de naleving van de Warenwetregeling zuigelingenvoeding 2007 of haar opvolger en bij de interpretatie daarvan nadrukkelijk rekening te houden met hetgeen de WHO-Code beoogt te reguleren.
  • de media om in uitingen borstvoeding als vanzelfsprekende voeding voor baby’s naar voren te laten komen.
  • werkgeversorganisaties en werkgevers om in de voorlichting rondom borstvoeding en werk een proactief beleid te voeren, door: de wettekst over borstvoeding en de mogelijkheid tot kolven verder te concretiseren in de CAO-afspraken, voorlichting te geven over de mogelijkheden om borstvoeding en werk te (blijven) combineren en te zorgen voor adequate faciliteiten om borstvoeding te geven of af te kolven.
  • horecaondernemingen, attractieparken, musea, gemeenten, stations en andere openbare gebouwen om moeders de gelegenheid te geven hun kind de borst te geven.
  • fabrikanten en de media om zich in hun uitingen altijd te houden aan de Warenwet en de WHO-Code, inclusief aanvullende resoluties.
  • opleidingsinstituten van zorgverleners die betrokken zijn bij de begeleiding bij borstvoeding, om dit onderwerp op te nemen in het curriculum en opleidingsmaterialen en de financiële middelen vrij te maken.
  • zorginstellingen om te zorgen voor een ketenbeleid van alle partners die betrokken zijn bij de zorg voor borstvoeding. Zij dienen samen met hun ketenpartners een gestructureerd, extern geëvalueerd programma in te voeren, zoals de WHO/Unicef-certificering Zorg voor Borstvoeding, waarin het geven van borstvoeding wordt gestimuleerd. Ook regelmatige bijscholing en toetsing van de kennis en naleving van de WHO-Code zijn hierin belangrijke aandachtspunten. Hierbij is verder van belang dat er bij de organisatie van of deelname aan trainingen de WHO-Code en Warenwet correct worden nageleefd.
  • zorgverleners om hun deskundigheid op het gebied van borstvoeding actueel te houden en zich bewust te zijn van de naleving van de WHO-Code en Warenwet en collega-zorgverleners indien nodig aan te spreken op niet-correcte naleving.
  • parlementsleden, beleidsmakers en iedereen die met borstvoeding te maken heeft, om hun steun betuigen aan het charter en zich daarbij in te zetten voor beleidsmaatregelen ten behoeve van een omgeving waarin borstvoeding wordt gestimuleerd.